Sleutelconclusies

  1. Artsen stoppen niet automatisch op pensioenleeftijd
  2. Professionele druk speelt een rol in de beslissing om als arts te stoppen
  3. Artsen zien diverse uitdagingen aan het einde van hun loopbaan
  4. Artsen beginnen vaak laat met het plannen van hun carrière einde.
  5. Artsen zien Bank Van Breda als een vaste gesprekspartner om het einde van hun loopbaan in goede banen te leiden.

‘Geen enkele huisarts of specialist sluit zomaar zijn of haar professionele carrière af. Er komt zowel praktisch als emotioneel heel wat bij kijken. We willen hen zo goed mogelijk begeleiden bij dit belangrijk sleutelmoment in hun leven.’

Ortwin Boone
Sectorverantwoordelijke vrije beroepen bij Bank Van Breda

Ook beoefenaars van vrije beroepen ontkomen er niet aan. Vroeg of laat komt de dag waarop ze een definitief punt zetten achter hun professionele loopbaan. Eerder laat dan vroeg, zo leert de praktijk. Uit passie voor het vak en om nog tal van andere redenen kijken ook huisartsen en specialisten niet altijd uit naar hun laatste werkdag. Ze stellen de voorbereiding op deze nieuwe fase in hun leven vaak uit, net als het moment waarop ze de praktijkdeur voorgoed achter zich dichttrekken. Hoe pakken artsen hun eindecarrièreplanning aan? Wat zijn hun grootste bezorgdheden? Wanneer zien ze zichzelf definitief stoppen? Als dé bank en vermogenspartner voor ondernemers én vrije beroepen vroeg Bank Van Breda het hen zelf!

Ortwin Boone: ‘De hoge responsgraad toont meteen aan dat het einde van de loopbaan als topic heel erg leeft bij deze doelgroep. Ze zien dit echt als een sleutelmoment in hun professionele carrière. Er vielen mij meteen enkele aandachtspunten op waar ook wij als bank voor ondernemers én vrije beroepen alert voor moeten blijven. Huisartsen en specialisten benoemen hun bezorgdheden en uitdagingen waar ze met het oog op het einde van hun carrière voor staan. Ze spreken heldere taal. En daar zijn we hen alleen maar dankbaar voor. Want net door hun eerlijkheid blijven wij voeling met hun leefwereld behouden. We nemen hun ervaringen en emoties als basis voor ons doen en laten en laten ons niet leiden door eigen denkpistes en verbeeldingen. Dankzij hun medewerking kunnen we nog gerichter aan de slag. Want daar gaat het om. Geen enkele huisarts of specialist sluit zomaar zijn of haar professionele carrière af. Er komt zowel praktisch als emotioneel heel wat bij kijken. We willen hen dan ook zo goed mogelijk begeleiden bij dit belangrijk moment in hun leven.’

5 sleutelconclusies

Samen met Ortwin Boone nemen we de resultaten van deze grootse enquête onder de loep. We zijn het al snel met elkaar eens. Vijf grote bevindingen steken met kop en schouder boven de rest uit. Verrassend? Bevestigend? Geruststellend? Hij licht graag even toe.

1. Artsen stoppen niet automatisch op pensioenleeftijd

Ortwin Boone: ‘Als bediende stop je zo goed als automatisch rond je vijfenzestigste met werken. De meeste mensen die in loonverband werken, kijken daar heel erg naar uit. Bij huisartsen en specialisten ligt dat anders. 15% van de respondenten zijn ouder dan 65 jaar. Hiervan geeft bijna de helft aan nog professioneel actief te zijn. Dat is een behoorlijke groep. Hoe dat komt? Ik zie drie grote redenen: de passie voor het vak, de onzekerheid over de continuïteit voor hun patiënten en financiële onrust.

Vooral huisartsen en specialismen als psychiaters, psychologen, pediaters … maken zich zorgen om hun vaste patiënten. Ze bouwen dan ook een échte en langdurige band met hen op. Bij specialisten speelt dat iets minder omdat ze de patiënt in kwestie vaak maar een korte periode zien.

Hoe kan ik met een gerust hart mijn patiënten toevertrouwen aan mijn opvolger? Het blijkt een grote zorg bij heel wat huisartsen als het einde van hun carrière in zicht komt. Zo groot zelfs dat ze net om die reden dat einde maar voor zich uit blijven schuiven. Omdat ze de juiste opvolger niet vinden. Omdat er bij heel wat bestaande praktijken geen plaats meer is voor nieuwe patiënten. Heb je als arts op leeftijd geen jonge huisarts aangenomen om samen de praktijk te runnen, dan kan de zorgcontinuïteit van de patiënten in gevaar komen. Voor sommige huisartsen is dit de hoofdreden om zo lang mogelijk verder te blijven werken. Vaak tot ver na hun vijfenzestigste.

Ook financiële onrust kan een trigger zijn om tot na pensioenleeftijd te blijven werken. Dan gaat het niet om te weinig middelen maar vooral om een gebrek aan strategie of geen zicht hebben op wat er is en wat nodig zal zijn om na de carrière te kunnen blijven genieten van de mooie dingen des levens. Dit was nooit aan de orde van de dag. Plots is het dat wel. De onrust haalt het dan vaak van de beslissing om rond de leeftijd van vijfenzestig jaar te stoppen. Dus blijven ze maar verder werken.

Financiën en fiscaliteit krijgen nog steeds geen plekje in de artsenopleiding. Een groot gebrek, zo merken wij. Het is zo belangrijk om als arts ook op dat vlak beslagen ten ijs te komen. Maar dat wordt jammer genoeg nog steeds niet zo gezien.’

2. Professionele druk speelt een rol in de beslissing om als arts te stoppen

Ortwin Boone: ‘Artsen stoppen vaak wanneer ze het gevoel hebben dat de tijd er rijp voor is. Voor velen is de tijd rijp als ze een bepaalde leeftijd bereiken of een financiële zekerheid zien. Op dat vlak is er niet zoveel nieuws onder de zon. Maar toch… Uit de enquête blijkt een extra reden om te stoppen vaak terug te komen: de té zware professionele druk.

Vooral de artsen die geen specialist of huisarts in opleiding in dienst hebben, ervaren deze druk als geen ander. Ze staan er alleen voor. Ze kunnen moeilijk of niet delegeren. Op een dag wordt dit te veel, zeker naar het einde van de carrière toe. Een definitief punt achter de carrière zetten, blijkt dan de enige optie.’

3. Artsen zien diverse uitdagingen aan het einde van hun loopbaan

Ortwin Boone: ‘Met welk gevoel kijkt u naar het einde van uw carrière? Ook deze vraag stelden we onze 450 artsen. Hun antwoord was in eerste instantie geruststellend. 79% maakt zich geen zorgen als ze denken aan hun laatste werkdag. Uiteraard vragen wij dan even door. Wat bleek? Ze zien bij nader inzien toch wel enkele concrete uitdagingen naar het einde van hun carrière toe. Meer nog, naast de financiële uitdagingen zoals het opbouwen van voldoende vermogen en hoe het dan verder met de vennootschap moet, kwamen duidelijk ook enkele emotionele uitdagingen naar boven.

36% vraagt zich af of ze erin zullen slagen om hun activiteit geleidelijk aan af te bouwen. 31% maakt zich zorgen over het zinvol kunnen invullen van de dag als ze niet meer werken. 27% stelt zich de vraag of ze hun patiënten met een gerust hart zullen kunnen overlaten.

Deze emotionele uitdagingen mogen we niet zomaar onder de mat vegen. Ze houden artsen bezig aan het einde van de carrière. Ook als bank hebben wij hier oog en oor voor. We proberen hen ook hierin bij te staan, ook al ligt onze expertise uiteraard bij het bancaire en kunnen wij vooral een rol spelen in hun financiële uitdagingen.’

4. Artsen beginnen vaak laat met het plannen van hun carrière einde.

Ortwin Boone: ‘Artsen zijn meestal tot hun laatste dag met passie en gedrevenheid bezig met hun patiënten en het runnen van hun praktijk. Dit vraagt zo veel energie en tijd dat ze het plannen van hun carrière einde soms te lang voor zich uitschuiven. 70% begint pas vijf jaar voor dat carrière einde met plannen. Voor die tijd blijft dat einde en de bijhorende planning een ver-van-hun-bed show. Ze hebben er nog geen voeling mee.

Is dat begrijpelijk? Absoluut. Is dat verstandig? Niet altijd. Vooral financieel begin je best heel wat vroeger met deze planning. Een vermogen opbouwen is immers een ‘lang traject’ bestaande uit diverse componenten: enerzijds is er de fiscale opbouw (vanaf de jeugdjaren), anderzijds zijn er de maandelijkse inspanningen om geld opzij te zetten (gedurende 30 jaar en langer). Maar ook als je dit doet, dien je op het einde van je loopbaan je vermogen te herstructureren met het oog op het behouden van de levensstandaard. Daarvoor moet je middelen beschikbaar maken. Wij adviseren om deze overgang tien jaar op voorhand te beginnen plannen.

Bank Van Breda probeert ook artsen op dat vlak op tijd te sensibiliseren en prikkelen. We willen hen wijzen op het belang van op tijd beginnen met de einde carrièreplanning. Uit ervaring weten we dat heel wat artsen ons nadien hiervoor dankbaar zijn.’

5. Artsen zien Bank Van Breda als een vaste gesprekspartner om het einde van hun loopbaan in goede banen te leiden.

Ortwin Boone: 62% van de deelnemende artsen doen een beroep op de expertise van Bank Van Breda om hun carrière einde in goede banen te leiden. Dat is voor ons geruststellend. We komen in het rijtje van de vaste gesprekspartners op de tweede plaats, na hun andere vertrouwenspersoon, de accountant.

Maar ook voor de klanten zelf is dit een geruststellend signaal. Het laat zien dat zij openstaan voor externe begeleiding bij dit belangrijke sleutelmoment in hun leven. Meer nog, ze vragen er zelf naar. Ze geven toe dat dit een domein is waarin ze zelf minder tot niet in beslagen zijn en gaan op zoek naar de juiste gesprekspartners om hun carrière einde op de juiste manier voor te bereiden.

67% van de artsen die ook bij het einde van hun carrière een beroep doen op ons, geven aan dat ze samen met ons een persoonlijk renteniersplan willen uitwerken dat hen de nodige financiële gemoedsrust geeft. Laat dit nu net zijn waar we als bank elke dag opnieuw naar streven. Financiële gemoedsrust voor onze klanten. Zodat zij zich kunnen concentreren op wat écht belangrijk is in het leven: hun professionele activiteit, hun gezin én uiteindelijk een carrière einde zonder zorgen om daarna voor de volle honderd procent van het leven te kunnen blijven genieten. Als we dit een klant kunnen bieden, dan zijn we geslaagd in onze missie.’

Barbara Claeys
Barbara Claeys

Blog

Ik zal me vaak tussen de bezoekers begeven om hun reactie te zien. En dan hoop ik vooral verwondering op hun gezicht te lezen.

Elf jaar lang werd met man en macht gewerkt om het Koninklijk Museum van Schone Kunsten in Antwerpen (KMSKA) opnieuw voor het grote publiek open te stellen.

De dag waarop ik geen angst meer voel, stop ik ermee. Want dat zou betekenen dat ik me niet meer bewust ben van de risico’s. En dan doe je domme dingen.

De dag waarop ik geen angst meer voel, stop ik ermee. Want dat zou betekenen dat ik me niet meer bewust ben van de risico’s. En dan doe je domme dingen.

Don’t hate me because I’m plastic

Jarenlang was Paul Adriaansens aandeelhouder bij een bedrijf dat plastic grondstoffen verkocht. Toen hij in 2014 besloot om een definitief punt achter dit professionele hoofdstuk te zetten, bleef het kriebelen om te ondernemen.

Lees meer updates